Hoe de training doorwerkt.
Een scenario, ter illustratie.
Daarvoor:
Je ligt wakker ’s nachts.
Eindeloos malen in bed.
Over morgen en je presentatie.
En alle schrikbeelden.
Van die ene keer.
Toen het mis ging.
En het stil werd in de zaal.
Duizend doden sterven.
Tijdens:
Je ontvangt applaus.
Het komt aan deze keer.
Van kop tot teen.
Een warme douche.
Het komt jou toe.
Dat weet je.
Je merkt het bij jezelf.
Je straalt als een kachel.
Je merkt het bij de anderen.
Welwillende ogen.
Sommigen zijn ontroerd.
“Stevig, Aanwezig,
Hartverwarmend”
Dat krijg je terug.
Je zucht. Dat klopt.
Daar hoef je niets voor te doen.
Dat ben je.
Goed om te beseffen.
Steeds opnieuw.
Je vergeet het vaak.
Het zit verstopt onder een deken.
Maar het is ook dichtbij.
Daarna:
Er komt een lastige vraag?
Er staat een glimlach op je mond.
Een jaar geleden was je van de wijs?
Nu ben je er blij mee?
Je kent jezelf.
Wat je kan en wat je niet kan.
Maar vooral waar jij goed in bent.
Wat jij te brengen hebt.
Dat weet je.
Je bent er van doordrongen.
Dat heb je steeds opnieuw geoefend.
In gesprek. Voor publiek.
Op congressen en lezingen.
Je kan het ze precies vertellen.
Zonder poeha.
Omdat het waar is.
Omdat het klopt.
Je geniet er van.
Je geeft een toelichting. Met gemak.
Met een voorbeeld. Met geduld.
Luisterend. Je stelt een vraag.
Zo voelt het dus.
Om thuis te zijn.
En de wereld tegemoet te treden.
Met een open blik.
Vrij en beschikbaar.